Nieuwsbrief Coen de Koning

In Nederland werd altijd meewarig gesproken over Amerikaanse toestanden. Het bekendste voorbeeld van deze praktijken zijn de torenhoge punitive damages die in de VS soms worden opgelegd. Inmiddels wordt er langzaam maar zeker anders over gedacht. Kwalijke praktijken aanpakken door ze met een geldstraf te beboeten werkt in het strafrecht al jaren. Wellicht werken ze dus ook tussen civiele partijen. Bijvoorbeeld tussen verzekeraar en slachtoffer, als de verzekeraar zich misdraagt.

Punitive damages zijn geen strafrechtelijke maar een civielrechtelijke boete. Een geldboete voor slecht gedrag. Het slachtoffer krijgt als de verzekeraar zich misdraagt dan niet alleen zijn schade vergoed. Hij ontvangt ook de geldboete. Punitive damages zijn niet bedoeld om het slachtoffer iets terug te geven dat hij is kwijtgeraakt door het ongeval. Ze zijn bedoeld om de veroorzaker te straffen voor boosaardig en calculerend gedrag. Het doel is dat de veroorzaker daardoor voortaan afziet van dit gedrag.

Wat is de stand van zaken

Eerder besteedde Slot Letselschade al aandacht aan deze vorm van vergoeding. U kunt het artikel uit september 2017 hier teruglezen: Is de tijd rijp voor punitive damages in Nederland.

Het artikel sloot af met de conclusie dat de kans dat punitive damages hun intrede zouden doen in Nederland steeds groter werd. Inmiddels lijkt hiervan inderdaad voorzichtig sprake, namelijk bij de toekenning van extra smartengeld als de verzekeraar de afhandeling een letselschade zaak onnodig vertraagt. Tijd voor een update.

Verzekeraars en punitive damages

In de VS is al vaker aangenomen dat ook een verzekeraar punitive damages opgelegd kan krijgen. Dit gebeurt als de verzekeraar niet te goeder trouw handelt bij de afwikkeling van een schade. Natuurlijk ligt de lat wel hoog, want het moet gaan om gedrag dat als boosaardig en calculerend kan worden beschouwd. Daarbij kan gedacht worden aan het volstrekt onterecht afwijzen van dekking of aansprakelijkheid, het niet of niet tijdig betalen van de schade of het onnodig vertragen van de afwikkeling. Het zogenaamde uitroken van het slachtoffer.

Nieuwe ontwikkelingen?

Rechtbank Zutphen 2007

Eerst een wat oudere uitspraak, waarin sommigen de toekenning van punitive damages meenden te kunnen ontdekken.

De rechtbank Zutphen kende in 2007 een verhoogd smartengeld toe. Het smartengeld werd verhoogd van € 10.000,00 naar € 15.000,00 omdat het gedrag van de verzekeraar had geleid tot extra klachten bij het slachtoffer. De verzekeraar had de klachten ontkend en was lange tijd niet bereid om de schade te vergoeden. Daardoor moest het slachtoffer zelfs zijn winkel, zijn levenswerk volgens de rechtbank, sluiten. De verzekeraar had daarmee gehandeld in strijd met de gedragsregels bij de behandeling van personenschade in het verkeer, destijds opgenomen in Bedrijfsregeling no 15.

Analyse

Er lijkt hier sprake te zijn van een vergoeding van punitive damages, maar is dat ook zo?

De rechtbank stelt vast dat het gedrag van de verzekeraar heeft geleid tot de ondergang van het levenswerk van het slachtoffer. Ook heeft hij door dit handelen extra psychische klachten gekregen. De extra vergoeding is slechts € 5000,00.

De extra vergoeding wordt hier bovendien gekoppeld aan het extra leed dat is ontstaan. Dat is dus gewoon het toekennen van een schadevergoeding, weliswaar hoger, maar er was dan ook extra schade veroorzaakt. Dat is toch iets anders dan een boete. De extra verhoging stelt ook weinig voor. Kortom: de rechtbank doet wel of de verzekeraar wordt gestraft, maar in feite was daarvan geen sprake. Sterker, de verzekeraar hoefde maar € 5000,00 te vergoeden voor het verwoesten van het levenswerk. Deze vergoeding is eerder een belediging dan een genoegdoening voor het slachtoffer. Maar hoe dan ook, er was hier geen sprake van het toekennen van punitive damages.

Hof Arnhem-Leeuwarden 2018

In een enigszins vergelijkbare zaak heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden eind 2018 een extra smartengeld toegekend van € 10.000,00 vanwege een zeer stroperige afwikkeling van de zaak welke heeft geleid tot secundaire victimisatie.

Het Hof overwoog dat de verzekeraar door diverse koerswijzigingen de toch al niet voortvarend gevoerde onderhandelingen nog verder had vertraagd. Het was logisch dat het slachtoffer hierdoor gefrustreerd raakte en zijn psychische toestand daardoor verslechterde. Ook werd er tijdens de afwikkeling te weinig en te laat bevoorschot op de schade.

Het Hof stelt dan:

“Uit deze lange reeks van correspondentie rijst het beeld op van een bijzonder stroperig letselschadedossier. Naar de ervaring van dit hof was een dergelijke trage afhandeling door verzekeraars echter niet ongebruikelijk voor dit soort zaken in de periode tot 2006. In dat jaar heeft, na drie jaar overleg tussen betrokken partijen, de letselschadebranche gezamenlijk de verantwoordelijkheid genomen om letselschadezaken sneller af te handelen door het opstellen van de eerste Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL), waarin toen 20 beginselen zijn opgenomen voor een voortvarend(er) afwikkeling van letselschadezaken. De GBL stelt het slachtoffer centraal.

Gelet op al deze feiten en omstandigheden acht het hof de wijze van behandeling van dit dossier door Aegon, onzorgvuldig en daarmee onrechtmatig jegens het slachtoffer. Het hof acht het aannemelijk dat het slachtoffer door deze onzorgvuldige (en trage) wijze van behandeling immateriële schade heeft opgelopen (naast de door hem opgelopen schade door het ongeval) en begroot deze schade naar redelijkheid en billijkheid op € 10.000,00.”

Analyse

Wat opvalt is dat het Hof meent dat er voor 2006 kennelijk geen fatsoensregels golden, maar dat die toen pas zijn ontstaan bij de invoering van de Gedragscode Behandeling Letselschade. Dat is een nogal vreemd standpunt, want fatsoen moet je altijd doen. Bovendien blijkt uit de uitspraak van de rechtbank Zutphen uit 2007 dat er in 2006 en daarvoor ook al gedragsregels waren, namelijk die van de toen geldende Bedrijfsregeling no 15. Kortom: het Hof slaat hier de plank mis.

Wellicht dat de verhoging van € 10.000,00 wel enig effect heeft op het gedrag van verzekeraars. Als zij in iedere zaak die ze onnodig vertragen dit bedrag extra moeten betalen, dan wordt het immers nogal prijzig. Ook hier kiezen de rechters ervoor om het smartengeld te verhogen. Wel hebben ze hier, zo lijkt het, het slachtoffer niet willen vermoeien met een nader bewijs van zijn immateriële schade. Deze extra schade is door het Hof aangenomen vanwege de vastgestelde onrechtmatige schade afwikkeling.

Hiermee lijkt het al iets meer op toekenning van echte punitive damages, die bovenop de schade die is veroorzaakt moeten worden betaald. Maar het Hof koppelt het nog wel aan een veronderstelde toename van het leed bij het slachtoffer.

Conclusie

Het is voor een rechter mogelijk om laakbaar gedrag af te straffen met een extra vergoeding. De rechter kiest er dan voor om dat te doen door het smartengeld te verhogen. Omdat punitive damages als straf zijn bedoeld, lijkt het misschien raar om ze toe te kennen onder de noemer van het smartengeld. Want de straf zou moeten worden uitgedeeld vanwege het laakbare gedrag, niet vanwege de extra schade die dat gedrag in een specifieke zaak heeft veroorzaakt. Dan wordt het slachtoffer immers dubbel gestraft: eerst door het laakbare gedrag en daarna omdat hij dan ook nog bewijs moet leveren van de daardoor veroorzaakte extra schade.

Beter is het als rechters bij onrechtmatige schade afwikkeling het slachtoffer niet opzadelen met bewijs van toegenomen leed, maar dit leed aannemen vanwege de vertraging. De uitspraak van het Hof lijkt die kant op te gaan. Een heel voorzichtig stapje richting punitive damages is daarmee gezet. Maar of het genoeg is om verzekeraars tot ander gedrag te bewegen is zeer de vraag. Eén uitspraak is daarvoor waarschijnlijk niet afschrikwekkend genoeg.

Wetgever

Dat rechters bij onrechtmatige schade afwikkeling kiezen voor verhoging van het smartengeld is begrijpelijk. Ze kunnen geen boete opleggen buiten de materiële of immateriële schade, die mogelijkheid biedt de wet immers niet. Om een echte boete mogelijk te maken die los staat van de schade van het slachtoffer, zal de wetgever die mogelijkheid in de wet moeten opnemen.

Slot Letselschade voorkomt secundaire victimisatie

Als u letselschade oploopt komt er veel op u af en zit u met veel vragen en zorgen.

Een gespecialiseerde advocaat van Slot Letselschade kan deze vragen beantwoorden en uw zorgen verlichten. U weet dan ook zeker dat er geen schadeposten onbesproken blijven en u maximaal gecompenseerd zult worden. Wij wikkelen ook zo vlot mogelijk af, al is daar natuurlijk ook de medewerking van de tegenpartij voor nodig. Werkt die niet mee, dan stappen we naar de rechter. Zo helpen we onnodige vertraging en secundaire victimisatie te voorkomen.

Neem gerust vrijblijvend contact met ons op indien u nog vragen heeft of gebruik wilt maken van onze dienstverlening.

Vul de Claimwijzer in of bel ons op ons gratis nummer 030-2004516.
Wij zijn u graag van dienst!

 

Coen de Koning studeerde rechten in Amsterdam aan de UVA en werd in 1994 beëdigd als advocaat. Hij heeft altijd aan de slachtofferkant gewerkt.

Coen probeert altijd buiten de rechter om tot een oplossing te komen, maar als dat niet lukt, dan schroomt hij niet om te procederen. Zo was hij als advocaat betrokken bij een tweetal baanbrekende arresten van de Hoge Raad (Slot/Manege Bergamo en Kooiker/Taxicentrale Nijverdal). Coen heeft veel ervaring met de Wet Deelgeschillenprocedure en is lid van de Denktank Overlijdensschade.

Coen de Koning

Advocaat

Claimwijzer™

Deel uw situatie met ons en ontvang gratis advies. Invullen kost maar 1 minuut.

  • Gratis persoonlijk advies voor uw situatie
  • Binnen uiterlijk één werkdag een reactie
  • In één stap vertelt u uw verhaal